Ik geef graag die stroomstoring de schuld. Of de moeder zelf, die nooit zonder licht naar huis had moeten fietsen. Een smalle dijk, dikke wolken, twee auto’s die op elkaar reageerden en mijn achteruitkijkspiegel die alleen maar horror reflecteerde. Die knal. Het kleine lichaam vloog door de lucht. Meteen daarna piepten zijn remmen en duwde ook ik mijn voet omlaag. Mijn gordel haperde, ik raakte in de stress van het ijzingwekkende gegil. Het eerste dat ik zag was dat schoentje, vlak naast de berm. Een klein maatje. Roze. Daarachter een fiets met een verbogen voorwiel en iets verderop de moeder, op haar knieën en volledig in shock. Ze troostte het kleine lichaampje. “Niet huilen. Het komt goed. Ik hou van je. Mama is bij je.” Ik raapte hoopgevend het schoentje op, maar ik zag al snel dat het te laat was. Haar witte kniesokjes kleurden rood en haar beentjes hingen slap naar beneden.
    De sirene stopte vlak naast me. Het meisje had ik op het asfalt gelegd, met het gezicht van mij af. Ik kon er niet naar kijken. De moeder zelf begon na een paar minuten warrig te praten, tolde met haar ogen, kreeg dikke zweetdruppels op haar voorhoofd en raakte uiteindelijk volledig buiten bewustzijn. Een shock, hield ik mij voor. Het verdriet was te groot. Ze kon het niet aan. Later, in het ziekenhuis, hoorde ik over haar hersenbloeding en dat ze nog steeds in coma lag. Het meisje was op slag dood. Ik haalde er niet echt troost uit, maar ze zeiden dat ze er waarschijnlijk niets van gevoeld had.
    Na mijn verklaring mocht ik meteen gaan. Mijn tegenligger moest blijven. Een jonge jongen, krap achttien jaar oud. Ik hoorde dat hij vier keer de toegestane hoeveelheid alcohol op had. Hij zou vervolgd worden voor dood door schuld, op zijn minst zijn rijbewijs kwijtraken, maar veroordeeld zijn voor het leven.

Als je nog nooit op een begrafenis van een kind bent geweest, het is vreselijk, geloof me. Een grote kist is verschrikkelijk, maar zo’n klein kistje gaat door merg en been. Het is oneerlijk dat zo’n lief, klein en onschuldig kind ineens wordt weggetrokken uit het leven, en dan ook nog eens op deze manier, in het donker, op haar fiets, geraakt door een auto. Haar moeder die nog steeds in het ziekenhuis ligt, maar voor wie de hele ceremonie wordt opgenomen, zodat ze opnieuw en opnieuw kan sterven, als ze ooit nog wakker wordt.

Nu maanden later – ik wilde, maar ik kon het niet eerder – kijk ik opnieuw naar de kleine grafsteen. Ik pak het schoentje uit mijn rugtas en leg een bos bloemen neer. Ze heette Anne. Drie jaar oud. Voor het eerst durf ik het uit te spreken. Sorry. Het spijt me. De brok in mijn keel is bijna te groot om door te slikken en ja, ik voel me schuldig. Enorm schuldig. Als ik die avond niet was uitgeweken voor een kat, dan was jij er nu nog geweest. Het spijt me.

Deze fictieve tekst is geschreven naar aanleiding van een schrijfuitdaging in de Facebookgroep ‘Schrijvers die feedback willen‘. De enige richtlijn was dat ‘een schoen’ centraal moest staan in het verhaal.

Ik geef graag die stroomstoring de schuld. Of de moeder zelf, die nooit zonder licht naar huis had moeten fietsen. Een smalle dijk, dikke wolken, twee auto’s die op elkaar reageerden en mijn achteruitkijkspiegel die alleen maar horror reflecteerde. Die knal. Het kleine lichaam vloog door de lucht. Meteen daarna piepten zijn remmen en duwde ook ik mijn voet omlaag. Mijn gordel haperde, ik raakte in de stress van het ijzingwekkende gegil. Het eerste dat ik zag was dat schoentje, vlak naast de berm. Een klein maatje. Roze. Daarachter een fiets met een verbogen voorwiel en iets verderop de moeder, op haar knieën en volledig in shock. Ze troostte het kleine lichaampje. “Niet huilen. Het komt goed. Ik hou van je. Mama is bij je.” Ik raapte hoopgevend het schoentje op, maar ik zag al snel dat het te laat was. Haar witte kniesokjes kleurden rood en haar beentjes hingen slap naar beneden.
    De sirene stopte vlak naast me. Het meisje had ik op het asfalt gelegd, met het gezicht van mij af. Ik kon er niet naar kijken. De moeder zelf begon na een paar minuten warrig te praten, tolde met haar ogen, kreeg dikke zweetdruppels op haar voorhoofd en raakte uiteindelijk volledig buiten bewustzijn. Een shock, hield ik mij voor. Het verdriet was te groot. Ze kon het niet aan. Later, in het ziekenhuis, hoorde ik over haar hersenbloeding en dat ze nog steeds in coma lag. Het meisje was op slag dood. Ik haalde er niet echt troost uit, maar ze zeiden dat ze er waarschijnlijk niets van gevoeld had.
    Na mijn verklaring mocht ik meteen gaan. Mijn tegenligger moest blijven. Een jonge jongen, krap achttien jaar oud. Ik hoorde dat hij vier keer de toegestane hoeveelheid alcohol op had. Hij zou vervolgd worden voor dood door schuld, op zijn minst zijn rijbewijs kwijtraken, maar veroordeeld zijn voor het leven.

Als je nog nooit op een begrafenis van een kind bent geweest, het is vreselijk, geloof me. Een grote kist is verschrikkelijk, maar zo’n klein kistje gaat door merg en been. Het is oneerlijk dat zo’n lief, klein en onschuldig kind ineens wordt weggetrokken uit het leven, en dan ook nog eens op deze manier, in het donker, op haar fiets, geraakt door een auto. Haar moeder die nog steeds in het ziekenhuis ligt, maar voor wie de hele ceremonie wordt opgenomen, zodat ze opnieuw en opnieuw kan sterven, als ze ooit nog wakker wordt.

Nu maanden later – ik wilde, maar ik kon het niet eerder – kijk ik opnieuw naar de kleine grafsteen. Ik pak het schoentje uit mijn rugtas en leg een bos bloemen neer. Ze heette Anne. Drie jaar oud. Voor het eerst durf ik het uit te spreken. Sorry. Het spijt me. De brok in mijn keel is bijna te groot om door te slikken en ja, ik voel me schuldig. Enorm schuldig. Als ik die avond niet was uitgeweken voor een kat, dan was jij er nu nog geweest. Het spijt me.

Deze fictieve tekst is geschreven naar aanleiding van een schrijfuitdaging in de Facebookgroep ‘Schrijvers die feedback willen‘. De enige richtlijn was dat ‘een schoen’ centraal moest staan in het verhaal.

Wil je mijn nieuwsbrief ontvangen?